Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de politierechter vernietigd en een nieuwe beslissing genomen over de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel door betrokkene, veroordeeld voor hennepteelt en elektriciteitsdiefstal op 28 december 2018.
De politierechter had het voordeel vastgesteld op €25.085,69, maar het hof heeft op basis van een gedetailleerde berekening van opbrengsten en kosten het voordeel vastgesteld op €24.371,00. Het hof ging uit van één eerdere oogst, waarbij 215 hennepplanten werden aangetroffen verdeeld over twee kweekruimtes. De opbrengst werd berekend aan de hand van een rapport van het Functioneel Parket, waarbij ook kosten zoals afschrijving, inkoop stekken, variabele kosten en elektriciteitskosten in mindering werden gebracht.
De verdediging voerde aan dat de eerste oogst was mislukt en betwistte het bedrag op de rekening van betrokkene, maar het hof achtte deze stellingen onvoldoende onderbouwd. De advocaat-generaal vorderde de vaststelling van het voordeel op €25.085,69, maar het hof matigde dit bedrag op basis van de gemaakte kosten.
Het hof legde aan betrokkene de verplichting op tot betaling van €24.371,00 aan de Staat en bepaalde een maximale gijzelingstermijn van 487 dagen. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.