AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging en hernieuwde veroordeling voor opzettelijke overtreding Opiumwet en Wegenverkeerswet
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 31 januari 2024 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 9 december 2022. De verdachte werd beschuldigd van opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onderPro B van de Opiumwet en overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994, gepleegd op 26 juli 2022 te Amsterdam.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht door de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van twee maanden. Tevens werd de verdachte voor de duur van zes maanden de bevoegdheid ontzegd motorrijtuigen te besturen. De tijd die de verdachte reeds in voorarrest had doorgebracht, werd in mindering gebracht op de opgelegde straf en bijkomende straf.
De strafrechtelijke kwalificatie betrof opzettelijk handelen in strijd met het verbod in artikel 2 onderPro B van de Opiumwet en de overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet. Het vonnis werd gewezen door rechter F.A. Hartsuiker, in aanwezigheid van griffier T. Zikken.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf en 6 maanden rijontzegging.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-262745-22
parketnummer hoger beroep : 23-000160-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 31 januari 2024 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 december 2022 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats]
adres: [adres].
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onderPro B van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994
Gepleegd op: - feit 1: op 26 juli 2022 te Amsterdam; - feit 2 primair: op 26 juli 2022 te Amsterdam.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, artikel 57 vanPro het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstrafvoor de duur van 2 (twee) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van 6 (zes) maanden.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 vanPro de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 vanPro die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Gewezen door mr. F.A. Hartsuiker, in bijzijn van T. Zikken, griffier.