In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van mishandeling en vernieling gepleegd op 2 oktober 2022 te Amsterdam.
Het hof heeft het bewezenverklaarde gehandhaafd: mishandeling en opzettelijke vernieling van eigendom van een ander. De straf is vastgesteld op een taakstraf van 80 uren, met een dwangsom van 40 dagen hechtenis indien de taakstraf niet naar behoren wordt uitgevoerd.
Daarnaast heeft het hof de vordering van de benadeelde partij tot immateriële schadevergoeding van €500 toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 2 oktober 2022. De verdachte is tevens veroordeeld in de kosten voor de tenuitvoerlegging, die tot op heden nihil zijn vastgesteld.
Het vonnis is gewezen door mr. F.A. Hartsuiker, enkelvoudige strafkamer, op 31 januari 2024. De gijzelingstermijn is gemaximeerd op tien dagen en de betaling van schadevergoeding aan de Staat heft de verplichting tot betaling aan het slachtoffer niet op.