Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2024:381

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 januari 2024
Publicatiedatum
26 februari 2024
Zaaknummer
23-001650-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 23 SrArt. 24 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep in diefstalzaak met voorwaardelijke geldboete en schadevergoeding

In deze zaak stond de verdachte terecht voor diefstal gepleegd op 8 december 2022 te Amsterdam. Het hof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 15 mei 2023.

Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht door de verdachte te veroordelen tot een geldboete van €200,00, waarvan de tenuitvoerlegging wordt opgeschort onder een proeftijd van twee jaar. Bij niet-betaling kan deze geldboete worden vervangen door vier dagen hechtenis.

Daarnaast wees het hof de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding toe tot een bedrag van €1.620, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 8 december 2022 tot aan de dag van voldoening. De verdachte is verplicht deze vergoeding aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer. De gijzelingstermijn is vastgesteld op maximaal 26 dagen, waarbij betaling van de ene verplichting de andere doet vervallen.

De uitspraak is gewezen door mr. F.A. Hartsuiker in aanwezigheid van griffier T. Zikken.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €200 met een proeftijd van 2 jaar en toegewezen schadevergoeding van €1.620 aan de benadeelde partij.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-086551-23
parketnummer hoger beroep : 23-001650-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 31 januari 2024 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 mei 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[Verdachte]
voornamen: [Verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats]
adres: [adres] .

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
gepleegd
op 8 december 2022 te Amsterdam.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 36f, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 200,00 (tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
4 (vier) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 1.620,00 (duizend zeshonderdtwintig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.620,00 (duizend zeshonderdtwintig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 26 (zesentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 8 december 2022.
Gewezen door mr. F.A. Hartsuiker, in bijzijn van T. Zikken, griffier.
mr. F.A. Hartsuiker