ECLI:NL:GHAMS:2024:460
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging partneralimentatie na echtscheiding bij voltijdse studie
Partijen zijn in 2018 in Suriname gehuwd en zijn in 2020 gescheiden. De man betaalde partneralimentatie tot 28 maart 2022, gelijk aan de wettelijke termijn van de helft van de huwelijksduur. De vrouw verzocht om verlenging van de alimentatieverplichting gedurende haar voltijdse studie in Nederland, omdat zij door de studie niet volledig in haar levensonderhoud kan voorzien.
De vrouw stelde dat zij haar leven in Suriname achter zich liet en dat de beëindiging van de verblijfsvergunning en baan het gevolg was van de scheiding, waardoor zij aangewezen is op de alimentatie. De man betwistte dat partijen tijdens het huwelijk afspraken over een vervolgstudie hadden en stelde dat de vrouw bewust voor de studie koos na de echtscheiding om in Nederland te kunnen blijven.
Het hof oordeelde dat de alimentatieverplichting rechtsgeldig was geëindigd na de wettelijke termijn en dat de vrouw onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat ongewijzigde beëindiging onredelijk was. De keuze om voltijds te studeren en daardoor minder te werken was een zelfstandige beslissing van de vrouw, waarvan de gevolgen voor haar rekening komen. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek tot verlenging af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlenging van de partneralimentatie af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.