ECLI:NL:GHAMS:2024:567
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade door niet-afgifte gelegateerde en privé-goederen door executeur
Het geschil betreft de afwikkeling van een legaat en de vraag of de executeur en enig erfgenaam, [eiser], heeft voldaan aan zijn verplichtingen jegens de legataris, [gedaagde]. Na het overlijden van erflater in 2020 werd [eiser] executeur en enig erfgenaam, terwijl [gedaagde] gelegateerde was van bepaalde roerende zaken. Kort na het overlijden ontzegde [eiser] [gedaagde] de toegang tot de woning van erflater en verving de sloten, waarna zij pas maanden later weer toegang kreeg om haar goederen op te halen. Diverse gelegateerde en privé-goederen bleken verdwenen of waren vernietigd.
De kantonrechter wees de vordering van [gedaagde] toe en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof stelt vast dat [eiser] niet heeft voldaan aan zijn verplichting om de gelegateerde en privé-goederen aan [gedaagde] af te geven, mede doordat hij geen boedelbeschrijving heeft opgemaakt en onvoldoende gelegenheid heeft geboden om de goederen op te halen. De schadevergoeding van €7.500,- wordt als redelijk beoordeeld.
Het hof oordeelt dat het niet redelijk is om van [gedaagde] te verlangen dat zij alle verdwenen goederen exact aantoont, nu [eiser] zijn verplichtingen heeft verzaakt en daarmee haar bewijspositie heeft geschaad. De kosten van het hoger beroep worden aan [eiser] opgelegd. Het arrest bevestigt het vonnis van de kantonrechter.
Uitkomst: De executeur wordt veroordeeld tot betaling van vervangende schadevergoeding voor niet-afgegeven gelegateerde en privé-goederen.