Uitspraak
Onderzoek van de zaak
7 februari 2024, 14 maart 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Vonnis waarvan beroep
- de kennelijke verschrijving in de bewezenverklaring van feit 2 verbeterd leest, met dien verstande dat waar daarin staat “ [naam] ”, het hof – overeenkomstig hetgeen is tenlastegelegd – leest “ [medeverdachte 1] ”;
- de bewijsoverwegingen in het vonnis aanvult met de navolgende bewijsoverwegingen;
- de in hoger beroep gedane getuigenverzoeken bespreekt;
- de bewijsmiddelen in het vonnis vervangt door de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in de bijlage bij dit arrest;
- een beslissing neemt ten aanzien van de voorlopige hechtenis van de verdachte.
Aanvullende bewijsoverwegingen
Standpunt verdediging
7 maart 2020 – in één mobiele telefoon actief geweest. Al vanaf 4 december 2019 is met deze mobiele telefoon en dit telefoonnummer een groot aantal ‘SMS-bommen’ gestuurd naar een groot aantal contacten die merendeels bekend staan als (hard)drugsgebruikers. Gedurende de voornoemde periode is ook contact geweest met het telefoonnummer van [medeverdachte 2] (347 keer), de verdachte (154 keer), [medeverdachte 3] , en veelvuldig met het ouderlijk huis van de verdachte en zijn broers. De intensiteit van deze contacten past bij het betrokken zijn bij de gezamenlijke drugshandel.
Getuigenverzoeken
Oplegging van straf
30 maanden.
first offenderis, jong is en sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis niet meer met politie en justitie in aanraking is geweest. Zij verzoekt het hof te overwegen een andere straf op te leggen dan een zware onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
4 december 2019, met zijn broers nauw betrokken is geweest bij de handel in de verdovende middelen en gedurende die periode steeds een rol van betekenis heeft gespeeld in de organisatie. Dat de ene broer daarbij letterlijk (vanwege de aard van de ingezette opsporingsmiddelen), met name aan het eind van de periode zichtbaarder was dan de anderen, doet niets af aan de min of meer gelijke mate van betrokkenheid van alle broers bij die handel en de organisatie. In het voorgaande ziet het hof aanleiding om tussen de verdachte en de medeverdachten niet in de strafoplegging te differentiëren.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Voorlopige hechtenis
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren.
1 (één) jaar, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
14 maart 2024.