ECLI:NL:GHAMS:2024:672
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.F.J.M. de Werd
- A.M. Koolen – Zwijnenburg
- R. van der Heijden
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor schuld aan verkeersongeval wegens onvoldoende bewijs van verwijtbare onvoorzichtigheid
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland in een strafzaak over een verkeersongeval waarbij verdachte werd verdacht van schuld aan het ongeval volgens artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (WVW).
De kern van het verwijt was dat verdachte bij het links afslaan vanaf de Zwanenburgerdijk naar de Spaarnwouderweg in Vijfhuizen geen voorrang verleende aan een tegemoetkomende fietser. Hoewel dit niet ter discussie stond, kon het hof niet vaststellen in welke mate verdachte de bocht had afgesneden of met welke snelheid hij reed. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat deze overtreding heeft bijgedragen aan de zwaarte van de schuld aan het ongeval.
Ook andere omstandigheden die zouden wijzen op een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid konden niet worden vastgesteld. De ruime en overzichtelijke T-splitsing en het niet verlenen van voorrang roepen weliswaar vragen op, maar er was geen bewijs van bijkomende verkeersfouten.
Het hof concludeerde daarom dat onvoldoende omstandigheden waren om verdachte schuld te verwijten in de zin van artikel 6 WVW Pro en bevestigde het vonnis van de rechtbank, waarbij verdachte werd vrijgesproken van dit feit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van schuld aan het verkeersongeval wegens onvoldoende bewijs van verwijtbare onvoorzichtigheid.