Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarin verdachte werd veroordeeld voor mishandeling. Het hof vernietigde het eerdere vonnis omdat het tot een andere bewezenverklaring kwam dan de politierechter.
De tenlastelegging betrof het geven van een kopstoot en/of slaan/stompen tegen het hoofd of gezicht van het slachtoffer op 26 november 2020 te Amsterdam. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer in het gezicht heeft gestompt, maar niet het overige ten laste gelegde. De verklaring van het slachtoffer, ondersteund door het vastgestelde letsel (blauw oog en opgezwollen mond), werd betrouwbaarder geacht dan de verklaring van verdachte.
De verdachte werd strafbaar verklaard voor mishandeling. Het hof legde een geldboete van €750,- op, met een hechtenisstraf van 15 dagen bij niet-betaling. Een contactverbod werd niet opgelegd vanwege de verstreken tijd, het verblijf van verdachte in het buitenland en het ontbreken van recent contact. De redelijke termijn was overschreden, maar dit leidde niet tot strafmatiging.