AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging veroordeling voor twee woningovervallen met zes jaar gevangenisstraf
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 19 maart 2024 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 20 april 2023, waarin verdachte werd veroordeeld voor twee woningovervallen. De advocaat-generaal vorderde een gevangenisstraf van acht jaar, maar het hof sloot aan bij de eerdere straf van zes jaar.
Tijdens de zitting in hoger beroep zijn verschillende voorwaardelijke verzoeken van de verdediging gedaan, waaronder het horen van vier politieambtenaren als getuigen en het voorleggen van een scenario aan het Nederlands Forensisch Instituut. Het hof wees deze verzoeken af wegens onvoldoende onderbouwing en het feit dat deze laat in de procedure werden ingediend.
Het hof motiveerde de straf door te verwijzen naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, waarbij voor een woningoverval met licht geweld een uitgangspunt van drie jaar geldt. Gezien het feit dat het hier om twee woningovervallen gaat en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, werd de straf vastgesteld op zes jaar.
Het hof concludeerde dat het politieonderzoek zorgvuldig en volledig was, en dat het proces voldeed aan het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRMPro. Het vonnis van de rechtbank werd bevestigd zonder wijziging in de straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor twee woningovervallen, met bevestiging van het vonnis en afwijzing van aanvullende verzoeken.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001351-23
datum uitspraak: 19 maart 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 20 april 2023 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-207050-22 en 15-304011-22 tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1992,
thans gedetineerd in [detentieadres01] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 maart 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Vordering advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
aan de overwegingen met betrekking tot de op te leggen straf de navolgende strafmotivering toevoegt;
beslist op de ter terechtzitting in hoger beroep gedane voorwaardelijke verzoeken.
Nadere overweging met betrekking tot de op te leggen straf
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting, opgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarin wordt voor een woningoverval met licht geweld en/of bedreiging een gevangenisstraf van drie jaren als uitgangspunt gegeven. In onderhavige zaak gaat het om twee woningovervallen. In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet het hof geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken, mede gelet op het gegeven dat ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte nog steeds niet voldoende openstaat voor enige vorm van behandeling van zijn problematiek.
Voorwaardelijke verzoeken
Door de raadsvrouw is ter terechtzitting in hoger beroep een aantal voorwaardelijke verzoeken gedaan. Alle verzoeken zijn – zo begrijpt het hof – gedaan in het kader van de stelling van de verdediging dat het politieonderzoek onzorgvuldig en onvolledig is geweest. De raadsvrouw verzoekt vier politieambtenaren als getuigen te horen, omdat zij zouden kunnen verklaren over het verloop van het onderzoek. Daarnaast herhaalt de raadsvrouw het eerder gedane verzoek om het door de verdachte geschetste scenario voor te leggen aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).
Het hof wijst de verzoeken om de vier politieambtenaren als getuige te horen af. Het hof acht zich op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting voldoende ingelicht en is van oordeel dat het horen van de verzochte getuigen, mede gelet op de onderbouwing van de verzoeken en de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen, niet noodzakelijk is met het oog op de volledigheid van het onderzoek. Ten aanzien van een aantal verzoeken is bovendien onduidelijk waarom deze pas aan het einde van de inhoudelijke behandeling zijn gedaan, terwijl er eerder een regiezitting is geweest waar de verzoeken ook hadden kunnen worden ingediend. Ook deze inactiviteit van de verdediging weegt het hof mee bij de afwijzing van de verzoeken.
Ten aanzien van het herhaalde verzoek tot het voorleggen van het door de verdachte geschetste scenario aan het NFI overweegt het hof dat door de raadsvrouw geen nieuwe of andere argumenten zijn aangevoerd sinds de afwijzing van dit verzoek op de regiezitting. Het hof wijst ook dit verzoek af en verwijst naar de eerdere beslissing op dit verzoek.
De procedure in haar geheel voldoet naar het oordeel van het hof aan het door artikel 6 EVRMPro gewaarborgde recht op een eerlijk proces.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.J. van der Wilt, mr. R.A.E. van Noort en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van mr. S. Abelsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 maart 2024.
mrs. Van der Wilt en De Munnik zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.