ECLI:NL:GHAMS:2024:720
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: vaststelling draagkracht en bijdrage verzorging minderjarige
Partijen zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 28 maart 2023 inzake de vaststelling van de kinderbijdrage voor hun minderjarige kind geboren in 2021. De man verzocht vernietiging van de beschikking en afwijzing van de kinderbijdrage, terwijl de vrouw het hoger beroep ongegrond wilde verklaren.
Het hof heeft vastgesteld dat de behoefte van het kind in 2023 €477 per maand bedraagt. De draagkracht van de vrouw is vastgesteld op €25 per maand, gezien haar bijstandsuitkering en psychische problematiek, zonder verdiencapaciteit toe te kennen. De man ontvangt een Ziektewet-uitkering met een netto besteedbaar inkomen van €1.808 per maand. Het hof houdt bij de draagkrachtberekening rekening met een forfaitaire woonlast van €542, omdat de werkelijke woonlasten niet duurzaam lager zijn aangetoond.
De draagkracht van de man wordt vastgesteld op €113 per maand. De zorgkorting wordt vastgesteld op 25% tot 1 december 2023 en 35% daarna, conform de omgangsregeling. Omdat de gezamenlijke draagkracht onvoldoende is om in de volledige behoefte te voorzien, dient de man zijn volledige draagkracht in te zetten. Het hof wijst het verzoek van de vrouw tot proceskostenveroordeling af en veroordeelt partijen ieder tot het dragen van eigen kosten.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de kinderbijdrage betreft en opnieuw vastgesteld op €113 per maand met ingang van 27 februari 2023, uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kinderbijdrage van de man wordt vastgesteld op €113 per maand met ingang van 27 februari 2023.