Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.GOOGLE IRELAND LIMITED,
GOOGLE LLC,
GOOGLE NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
- appellant: [appellant] ;
- geïntimeerden: afzonderlijk Google Ireland, Google LLC en Google Nederland, tezamen Google.
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Beoordeling
Grief Ikomt op tegen bepaalde feitelijke vaststellingen en uitgangspunten van de rechtbank met betrekking tot de advertentiedienst van Google (GDN) en de rol van Google daarin.
Grief IIkomt op tegen bepaalde vaststellingen en de beoordelingsmaatstaf van de rechtbank ten aanzien van de specifieke betrokkenheid van Google bij de totstandkoming, de vormgeving, de verschijningswijze en de inhoud van de advertenties in het GDN en bij de schade die de onrechtmatige advertenties kunnen toebrengen.
Grief IIIis gericht tegen het door de rechtbank overnemen van de feitelijke mededelingen van Google met betrekking tot omvang van de onrechtmatige advertenties en de duur van de advertentiecampagnes.
Grief IVis gericht tegen de oordelen van de rechtbank dat het tonen van de zestien bitcoin-advertenties door Google niet onrechtmatig was jegens [appellant] , dat Google ook niet onrechtmatig jegens [appellant] heeft gehandeld wegens nalatigheid zijdens Google en dat [appellant] zelf weinig heeft toegelicht hoe groot zijn schade zou zijn, met als conclusie dat niet kan worden vastgesteld dat Google te weinig heeft gedaan om het verschijnen van de bitcoin-advertenties te voorkomen. Tot slot voert [appellant] met
grief Vaan dat de Algemene Verordening Gegevensbescherming jegens hem is geschonden, dat Google bij die schending betrokken is en aansprakelijk is voor die schending.
safe harbour/ vrijstelling van aansprakelijkheid). De vraag of de GDN-diensten hostingdiensten zijn, wordt derhalve eerst beantwoord.
nativeadvertenties (advertenties die zoveel mogelijk aansluiten bij de opmaak en design van de website/apps van de uitgever; een functionaliteit die overigens enkel ter beschikking staat voor uitgevers en niet voor de adverteerders). Google voert gemotiveerd verweer en stelt zich daarbij op het standpunt dat haar GDN-diensten hostingdiensten zijn.
nativeadvertenties, adverteerders gebruik kunnen maken van een door Google ter beschikking gestelde beeldbank en dat Google de door de adverteerder aangeleverde bestanddelen samenstelt tot advertenties zoals die uiteindelijk worden getoond. Hiertegen is door Google onweersproken aangevoerd dat geen van de in de procedure gebrachte bitcoin-advertenties
nativeadvertenties zijn, dat de beeldbank geen portretten van [appellant] bevat en dat het ‘samenstellen’ tot advertenties op basis van de door de adverteerders aangeleverde advertentiebestanddelen op geautomatiseerde wijze geschiedt. Uit de stellingen van [appellant] volgt verder niet meer dan dat dit geautomatiseerd samenstellen erop is gericht de indeling en opmaak van bestanddelen (technisch) af te stemmen op de website/apps van de uitgever en dat het mogelijk ‘bijstellen’ van de advertentie (geautomatiseerd) plaatsvindt op basis van de eigen prestatiegeschiedenis van de betreffende adverteerder. Hoewel deze geautomatiseerde processen impact (kunnen) hebben op de uiteindelijke opmaak en de verschijningswijze van de advertenties zoals deze uiteindelijk door het publiek worden gezien, impliceert ook dit niet zonder meer dat Google hierdoor concrete kennis of controle verkrijgt over de (onrechtmatige) inhoud van de advertentie. Niet gebleken is, en uit de stellingen van [appellant] valt ook niet af te leiden, dat de door deze processen (geautomatiseerd) gemaakte keuzes erop gericht zijn
bepaaldeadvertenties te optimaliseren/bevorderen, of dat deze keuzes (anderszins) impliceren dat Google hierdoor kennis heeft van en/of controle heeft over de inhoud van de advertenties.
concreteonrechtmatige activiteiten/informatie. Het Hof van Justitie stelt deze eis vanwege het te respecteren belang van de vrijheid van meningsuiting en meer specifiek het in artikel 15 lid 1 van Pro de Richtlijn 2000/31/EG verankerde verbod op het opleggen van een algemene toezichtverplichting (vgl. Hof van Justitie in YouTube & Cyando, r.o. 111 en 112). Het hof zal beoordelen of Google een beroep toekomt op de vrijstelling van aansprakelijkheid voor wat betreft de door [appellant] aan de orde gestelde periode van 2019 tot en met 2021.
bad actors) steeds weer nieuwe wegen weten te vinden om de controles van Google te omzeilen, waaronder het door Google verboden
cloaking(zie 3.5). Door [appellant] is nog wel aangevoerd dat door Google meer kan en zou moeten worden gedaan in de controle van de identiteit van de adverteerder en van de overige door de adverteerder opgegeven informatie. Google heeft daartegen aangevoerd dat zij een (verdergaande) controle aan de poort niet zinvol acht voor een effectieve bestrijding van de onrechtmatige advertenties; Google geeft de voorkeur aan een door haar toegepaste holistische aanpak, waarin op meerdere manieren wordt nagegaan of een bepaalde account kan worden gelinkt aan eerder gesignaleerde
bad actors. Wat er ook zij van dit verschil in partijstandpunten, in het licht van de hiervoor beschreven omvang en complexiteit van het probleem en de maatregelen die Google treft ter bestrijding hiervan, is in algemene zin ten aanzien van de in het GDN aangemaakte onrechtmatige advertenties niet gebleken dat Google niet prompt en adequaat optreedt zodra zij beschikt over kennis van deze concrete onrechtmatige advertenties. Dit betekent dat niet kan worden geconcludeerd dat Google onrechtmatig heeft gehandeld jegens [appellant] op de enkele basis dat via het GDN advertenties zijn verschenen met daarin zijn portret en naam. De hierop toegesneden vorderingen van [appellant] zijn als zodanig dus niet toewijsbaar.
Google laat ze weer massaal door: nepadvertenties voor bitcoin”. De piek in april – juni 2020 moest toen nog komen. Het hof acht het in elk geval voldoende aannemelijk dat [appellant] door het tonen van de negen onrechtmatige advertenties in de periode maart – augustus van 2020 enige reputatieschade heeft geleden, zodat de gevorderde schade nader op te maken bij staat toewijsbaar is.