ECLI:NL:GHAMS:2024:781
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdverblijfplaats kinderen bij vader in belang van kinderen
De zaak betreft een geschil over de hoofdverblijfplaats van twee minderjarige kinderen na echtscheiding van hun ouders. De moeder verzocht om wijziging van de hoofdverblijfplaats naar haar, terwijl de vader en de gecertificeerde instelling (GI) de handhaving bij de vader bepleitten. De kinderen staan onder toezicht en ontvangen intensieve zorg, waarbij de jongste sinds augustus 2022 bij de vader woont en de oudste uit huis geplaatst is.
Het hof oordeelt dat de omstandigheden sinds het ouderschapsplan van 2017 zijn gewijzigd en dat de hoofdverblijfplaats gewijzigd kan worden indien dit in het belang van de kinderen is. Uit het dossier blijkt dat de zorg en hulpverlening momenteel het best gewaarborgd zijn met de hoofdverblijfplaats bij de vader, mede vanwege de lopende hulpverlening en financiering door de gemeente waar de vader woont.
De moeder voerde aan dat de vader niet voldoende communiceert en dat de wisselende verhuisplannen schadelijk zijn, maar het hof acht dit onvoldoende om de hoofdverblijfplaats te wijzigen. De GI en de Raad voor de Kinderbescherming ondersteunen de continuïteit van de zorg en het behoud van de hoofdverblijfplaats bij de vader. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het verzoek van de moeder af, met de mogelijkheid tot toekomstige heroverweging bij gewijzigde omstandigheden.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder tot wijziging van de hoofdverblijfplaats af en bekrachtigt de beschikking dat de hoofdverblijfplaats bij de vader blijft.