De besloten vennootschap [A B.V.] heeft op 22 december 2023 een verzoek ingediend bij de Ondernemingskamer tot onder meer het bevelen van een onderzoek naar het beleid van meerdere vennootschappen en het treffen van onmiddellijke voorzieningen. Tijdens de procedure zijn twee van de betrokken vennootschappen failliet verklaard, waarna de curator namens deze vennootschappen geen verweer voerde.
Verschillende belanghebbenden hebben verweer gevoerd en verzocht om niet-ontvankelijkheid van het verzoek of afwijzing daarvan, met daarnaast een verzoek tot veroordeling van [A B.V.] in de proceskosten. Op 8 februari 2024 heeft [A B.V.] haar verzoek ingetrokken, waardoor zij niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Ondernemingskamer oordeelt dat de intrekking betekent dat het verzoek geen beoordeling meer behoeft. Hoewel [A B.V.] veroordeeld wordt in de proceskosten van de tegenpartij, wijst de Kamer het verzoek tot volledige proceskostenveroordeling af omdat er geen sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen.
De beschikking is op 10 april 2024 uitgesproken en bevat een proceskostenveroordeling van € 1981 ten gunste van de tegenpartij, met verklaring van uitvoerbaarheid bij voorraad.