De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het besturen van een personenauto zonder dat hij de minimumleeftijd van 18 jaar had bereikt. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter en verklaarde het bewezen dat de verdachte op 22 februari 2022 op de Middenweg in Amsterdam een auto bestuurde zonder de vereiste leeftijd te hebben.
Het hof oordeelde dat de verdachte zich niets aantrok van verkeersregels en daarmee de verkeersveiligheid in gevaar bracht. Daarbij werd meegewogen dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk feit. De verdachte had verzocht om een geldboete in plaats van een taakstraf vanwege studiebelemmering, maar het hof achtte dit niet aannemelijk.
Gezien het tijdsverloop en het feit dat de verdachte inmiddels in het bezit is van een rijbewijs, legde het hof een geldboete van €400,- op, te voldoen in vier termijnen. Het hof sprak de verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en verklaarde het bewezenverklaarde strafbaar volgens de Wegenverkeerswet 1994.