Uitspraak
Beslissing schorsingsverzoek [M.M.]
wijst daarom het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte is bij vonnis van 27 februari 2024 veroordeeld tot vijf jaar en zes maanden gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan medeplegen van moord en deelname aan een criminele organisatie. De voorlopige hechtenis is gebaseerd op de twaalfjaarsgrond en recidivegrond, die het hof onverkort aanwezig acht.
De twaalfjaarsgrond is van toepassing vanwege de ernst van de feiten, de maatschappelijke onrust die zou ontstaan bij vrijlating en de publicitaire aandacht rondom de Marengo-zaak. Het hof benadrukt ook het hoger beroep van het Openbaar Ministerie en de eis van zestien jaren gevangenisstraf in eerste aanleg.
Hoewel de verdachte tijdens een eerdere schorsing van de voorlopige hechtenis geen strafbare feiten heeft gepleegd, blijft het hof het herhalingsgevaar ernstig achten. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals een fulltime baan en zorg voor zijn partner, zijn onvoldoende om schorsing te rechtvaardigen.
Het hof maakt een belangenafweging en concludeert dat het maatschappelijke belang bij voortzetting van de voorlopige hechtenis zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van de verdachte. Daarom wordt het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen en de voorlopige hechtenis blijft gehandhaafd.