Uitspraak
Beslissing opheffings- c.q. schorsingsverzoek [Z.R.]
afgewezen.
wijst daarom het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte is bij vonnis van 27 februari 2024 veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren en acht maanden wegens medeplegen van voorbereiding van moord en deelname aan een criminele organisatie. De voorlopige hechtenis is bevolen op grond van de twaalfjaarsgrond en recidivegrond.
Het hof overweegt dat de twaalfjaarsgrond onverkort aanwezig blijft vanwege de ernst van de feiten, de maatschappelijke onrust die kan ontstaan indien de verdachte in vrijheid het hoger beroep afwacht, en de publicitaire aandacht rondom de Marengo-zaak. Ook het hoger beroep van het Openbaar Ministerie en de eis van veertien jaren gevangenisstraf wegen mee.
Hoewel de voorlopige hechtenis eerder geschorst was en de verdachte zich toen aan voorwaarden hield, acht het hof het herhalingsgevaar nog steeds aanwezig. Het verzoek tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen omdat geen zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden zijn gebleken die een schorsing rechtvaardigen. Het maatschappelijk belang prevaleert boven het persoonlijk belang van de verdachte.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen en de voorlopige hechtenis blijft gehandhaafd.