ECLI:NL:GHAMS:2025:104
Gerechtshof Amsterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling rijden onder invloed van alcohol en cocaïne ondanks vormverzuimverweer
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen een veroordeling wegens rijden onder invloed van alcohol en cocaïne op 22 augustus 2024. Verdachte ontkende het gebruik van cocaïne en voerde aan dat de aanwezigheid van lidocaïne, een verdovend middel gebruikt bij tandartsbehandelingen, de testresultaten beïnvloedde. Tevens stelde de verdediging een rechtmatigheidsverweer in vanwege een vermeend vormverzuim bij de staandehouding.
De verdediging betoogde dat de politie niet eerst om het rijbewijs had gevraagd, waardoor niet duidelijk was dat sprake was van een verkeerscontrole, en dat daardoor het bewijs onrechtmatig was verkregen. De advocaat-generaal stelde dat de politie bevoegd was de verdachte staande te houden zonder voorafgaande verdenking en dat de bloedtestresultaten betrouwbaar waren. Het hof concludeerde dat lidocaïne geen cocaïne bevat en het laboratoriumonderzoek betrouwbaar was.
Het hof oordeelde dat het ontbreken van het vooraf vragen om het rijbewijs geen vormverzuim opleverde dat tot bewijsuitsluiting leidde. De verkeerscontrole was rechtmatig en de resultaten van het bloedonderzoek konden als bewijs worden gebruikt. Het hof bevestigde daarmee het vonnis van de politierechter en veroordeelde verdachte tot een taakstraf en ontzegging van de rijbevoegdheid.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte voor rijden onder invloed van alcohol en cocaïne met taakstraf en ontzegging rijbevoegdheid.