ECLI:NL:GHAMS:2025:1106

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 april 2025
Publicatiedatum
24 april 2025
Zaaknummer
200.343.535/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling onderzoeksbudget voor enquêteonderzoek in faillissement NOCB c.s.

In deze beschikking van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam is het onderzoeksbudget vastgesteld voor het enquêteonderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de in staat van faillissement verkerende vennootschappen NOCB c.s.

De curator heeft een plan van aanpak met een begroting van de kosten ingediend, waarin de onderzoeker een totaalbedrag van €124.178,25 exclusief omzetbelasting, kantoorkosten en verschotten heeft begroot. De tarieven zijn conform de Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances van betaling. Verschillende partijen, waaronder de curator, het bestuur en Standard c.s., hebben geen bezwaar gemaakt tegen de begroting.

De Ondernemingskamer heeft de begroting beoordeeld en deze niet onredelijk bevonden. Daarom is het bedrag dat het onderzoek mag kosten vastgesteld op het genoemde bedrag, exclusief btw, kantoorkosten en verschotten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven en openbaar uitgesproken op 24 april 2025.

Uitkomst: Het maximale budget voor het enquêteonderzoek is vastgesteld op €124.178,25 exclusief btw en bijkomende kosten.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.343.535/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 24 april 2025
inzake
[curator],
kantoorhoudende te [plaats] ,
in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van verweersters,
VERZOEKER,
advocaten:
mr. J. Waremanen
mr. S.M. Marges, beiden kantoorhoudende te Utrecht,
t e g e n
1. de in staat van faillissement verkerende besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
NEW OFFICE CENTRE BEHEER B.V.,
gevestigd te Soest,
2. de in staat van faillissement verkerende besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
NEW OFFICE CENTRE B.V.,
gevestigd te Soest,
VERWEERSTERS,
niet bij advocaat verschenen,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
[bestuurder 1],
gevestigd te [plaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
[betsuurder 2] .,
gevestigd te [plaats] ,
3.
[indirect bestuurder 1] ,
wonende te [plaats] ,
4.
[indirect bestuurder 2],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten:
mr. K.P. Hoogenboezemen
mr. S.E. Streng, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
STANDARD OFFICE HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
MIDAS HOLDING B.V.,
gevestigd te Doorn,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. G.J. de Bock, kantoorhoudende te Leiden,
e n t e g e n

7 [lid RvC 1] ,

wonende te [plaats] ,
8.
[lid RvC 2] ,
wonende te [plaats] ,
9.
[lid RvC 3] ,
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten:
mr. M. Windten
mr. C.L. Merks, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
e n t e g e n

10 [oud bestuurder 1] ,

wonende te [plaats] ,
11.
[oud bestuurder 2],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
niet bij advocaat verschenen
Hierna zullen de partijen als volgt worden aangeduid:
  • verzoeker als de curator;
  • verweersters gezamenlijk als NOCB c.s.;
  • belanghebbende sub 1 en 2 gezamenlijk als [het Bestuur c.s.] .;
  • Standard en Midas gezamenlijk als Standard c.s.; en,
  • belanghebbenden sub 7 tot en met 9 gezamenlijk als raad van commissarissen.

1.Het verloop van het geding

1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 20 en 25 februari 2025 in deze zaak.
1.2
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover nu van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van NOCB c.s., mr. H. De Coninck (hierna: de onderzoeker) benoemd om het onderzoek te verrichten en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van NOCB c.s. en dat NOCB c.s. voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor het begin van diens werkzaamheden zekerheid moet stellen.
1.3
Bij e-mail van 8 april 2025 heeft de onderzoeker een plan van aanpak met een begroting van de kosten aan de Ondernemingskamer gestuurd. De Ondernemingskamer heeft alle partijen vervolgens in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten.
1.4
Bij e-mails van 14 april 2025 hebben de curator, [het Bestuur c.s.] . en Standard c.s. laten weten geen bezwaar te hebben tegen de begroting van de kosten.
1.5
Van de overige partijen is geen reactie ontvangen door de Ondernemingskamer.

2.De gronden van de beslissing

2.1
De onderzoeker heeft in het plan van aanpak met begroting voldoende toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting zullen moeten worden verricht, hoeveel tijd dat in beslag neemt en welke uurtarieven daarbij worden gehanteerd. Het uurtarief van de onderzoeker is
€ 427,28 envoor de secretaris € 373,87, in beide gevallen exclusief omzetbelasting en 4% kantoorkosten. Voor wat betreft de tarieven sluit de onderzoeker daarbij aan bij de Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances van betaling. De onderzoeker begroot dat het onderzoek in totaal € 124.178,25, exclusief omzetbelasting, 4% kantoorkosten en verschotten, zal kosten.
2.2
Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen de begroting van de kosten van de onderzoeker. De inschatting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komen de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal daarom het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 124.178,25, exclusief omzetbelasting, 4% kantoorkosten en verschotten.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 124.178,25, exclusief omzetbelasting, 4% kantoorkosten en verschotten; en,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Loesberg, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, prof. dr. A.J. Brouwer RA en mr. S.M Zijderveld, raden, in tegenwoordigheid van mr. L. van Hoof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2025.