Uitspraak
1.GROZA B.V.,
BMBN B.V.,
[appellant 3],
AKTUA VASTGOED B.V.,
SYLVESTRE BEHEER B.V.,
[appellant 6],
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2]en
HET KRAAIENNEST HOLDING B.V.
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven, met producties,
- memorie van antwoord tevens (houdende) incidenteel appel, met producties,
- memorie van antwoord in incidenteel appel, met producties.
2.Feiten
grief 1 in het incidentele hoger beroepbetogen [geïntimeerden] dat de rechtbank een aantal feiten en omstandigheden niet juist en/of onvolledig bij de beoordeling heeft betrokken. Ten aanzien van het onder 2.14 vastgestelde concretiseren [geïntimeerden] dit en zal het hof daarmee (hierna, 2.12) rekening houden. Voor het overige gaat het hof aan deze klacht van [geïntimeerden] voorbij omdat die onvoldoende toegelicht is. De door de rechtbank opgesomde feiten zijn, afgezien van het voorgaande, niet in geschil en dienen derhalve ook het hof tot uitgangspunt. Dit geldt ook ten aanzien van (de inhoud van) de door de rechtbank geciteerde WhatsApp berichten. Voor zover Groza c.s. daartegen bij memorie van antwoord in incidenteel appel alsnog bezwaar maken, is dat tardief. Wel zal het hof – het wordt reeds hier opgemerkt – het door [geïntimeerden] als productie 96 in hoger beroep overgelegde ‘WhatsApp archief’ buiten beschouwing laten. Immers, in andere producties van [geïntimeerden] zijn screenshots van WhatsAppberichten overgelegd die niet terugkomen in deze productie, zodat dit overzicht niet volledig is. Daarnaast kan door de toevoeging ‘oplichter grond’ door [geïntimeerde 2] bij de namen van de medewerkers van Aktua niet worden uitgesloten dat de in deze productie neergelegde berichten zijn gemanipuleerd. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die volgen uit niet weersproken stellingen van partijen dan wel de niet (voldoende) bestreden inhoud van producties waarnaar zij ter staving van hun stellingen verwijzen, komen de feiten neer op het volgende, waarbij ronde bedragen vanwege de omvang ervan steeds zonder ‘,00’ of iets dergelijks worden vermeld.
3.Beoordeling
grief 2 in het incidentele hoger beroepkomen [geïntimeerden] op tegen het in overweging 4.6 neergelegde oordeel van de rechtbank dat zij onvoldoende hebben onderbouwd dat de kans op waardevermeerdering van de door [geïntimeerde 2] van Groza gekochte percelen grond feitelijk (geheel) niet aanwezig is. De rechtbank heeft dit oordeel als volgt gemotiveerd:
grief 3 in het incidentele hoger beroepbetogen [geïntimeerden] onder meer dat de rechtbank in de overwegingen 4.15 tot en met 4.22 ten onrechte heeft geoordeeld dat [geïntimeerden] onvoldoende concreet hebben gesteld dat een vergunning van de AFM voor het verkopen van de percelen grond vereist was. Het hof begrijpt [geïntimeerden] aldus dat zij tevens betogen dat, reeds omdat die vergunning wel vereist was, de tussen [geïntimeerde 2] en Groza gesloten koopovereenkomsten voor vernietiging vatbaar zijn. Hierover wordt als volgt geoordeeld.
grief 3 in het incidentele hoger beroep, voor zover nog niet behandeld, dat de rechtbank ten onrechte niet heeft geoordeeld dat dit al eerder, namelijk van meet af aan, het geval was. De grieven kunnen gezamenlijk worden behandeld.
bBW’ te worden gelezen als ‘artikel 6:193a lid 1 sub
dBW’. Het hof zal daarom van de juistheid van een en ander uitgaan. Evenmin staat tussen partijen ter discussie dat [geïntimeerde 2] als
gemiddeldeconsument in de zin van de wet (artikel 6:193b lid 2 BW) dient te worden beschouwd.
dekoopovereenkomsten in
de genoemde periode(dat is dus vanaf maart 2017), maar anderzijds (in 4.75 en 4.77) dat de vóór 10 april 2017 gesloten koopovereenkomsten niet (rechtsgeldig) zijn vernietigd en (voor zover hier van belang) dat de gevorderde verklaring voor recht dat Groza zich jegens [geïntimeerde 2] aan een oneerlijke handelspraktijk heeft schuldig gemaakt zal worden afgewezen, voor zover deze ziet op de vóór die datum gesloten overeenkomsten. Hiermee heeft de rechtbank, zoals [geïntimeerden] in de toelichting op hun grief ook betogen, in feite geoordeeld dat een oneerlijke handelspraktijk een bepaald niveau moet hebben om ertoe te kunnen leiden dat een als gevolg daarvan tot stand gekomen overeenkomst vernietigbaar is. Dit oordeel is onjuist, omdat artikel 6:193j lid 3 BW zonder voorwaarden of restricties bepaalt dat een overeenkomst die als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen, vernietigbaar is.
omdatzij weer aankopen bij Groza ging doen is, nu daarbij niet is gesteld of gebleken dat die aankopen op initiatief van [geïntimeerde 2] plaatsvonden, een drogreden, althans doet aan het voorgaande niet af. Hetzelfde geldt ten aanzien van de omstandigheid dat [geïntimeerde 2] in die tijd (ook) van andere aanbieders gronden kocht, zelfs indien dergelijke koopovereenkomsten op haar initiatief werden gesloten. Het hof gaat er – wederom bij gebreke van indicaties van het tegendeel – van uit dat niet alleen Aktua maar ook Groza destijds van de brief van 16 augustus 2016, alsmede van de reden en het doel daarvan, op de hoogte was. Iets anders is door Groza c.s. ook niet gesteld. Bovendien is bij gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep namens Groza c.s. gesteld dat er ‘een zorgvuldige samenwerking tussen Groza en Aktua [was], waarbij het hele verkoopdossier door Aktua aan Groza werd gestuurd’. Als dat zo is, is ook daarom onaannemelijk dat Groza niet van de onderhavige brief van 16 augustus 2016 op de hoogte was.
Een jaar geleden deden jullie ongeveer 12 mjn omzet per jaar maakt 2 per maand
markt trekt dus leuk aan he op het moment!! leukst is om daar beiden van te profiteren.
Ik vind het nog ongelooflijk. Ja maar eenvoudiger had geweest als ik eerst wat gezien en meegemaakt had en daarmee verder gaan
[geïntimeerde 2][een verkorting van de voornaam van [geïntimeerde 2] ; hof]
er zijn maar weinig dingen waar ik echt een goed gevoel bij heb, dit we!. logisch dat je nu eerst geld wilt maken, een goede basis is daar essentieel voor!
En looptijd
verschillende looptijden zorgen voor gespreid inkomen”.
klaar en kunnen we ff bellen. als je half 11 naar buiten komt kan je bij mij instappen.
loopt Nog hier
Ik ren me de hoempapa al weken echt van 6 tot 19 en dan thuis.
Ja begrijp ik! Komen ook betere tijden.. maar grond is nu even zeeeeer belangrijk voor je, geloof me! We hebben een super idee! Zorg dat je morgen even de tijd hebt! ECHT!!!
[geïntimeerde 2] : Wanneer verwacht je de eerste resultaten van de laatste deal?
Groza: U heeft voldoende tijd gekregen om alle stukken door te nemen enne
even(cursivering van het hof) met u verifiëren voordat we alles gaan doorsturen’ maakt Groza op voorhand duidelijk dat het gesprek slechts formaliteiten betreft en niet echt een inhoudelijk karakter zal hebben. Dit vindt zijn bevestiging in het vervolg ervan:
Groza: ik zeg het natuurlijk altijd tegen u. U heeft op dit moment ook nog een paar percelen openstaan. Wij brengen u niet in de financiële problemen ehm met deze investeringen?
c.s.jegens [geïntimeerden] een oneerlijke handelspraktijk hebben verricht. Uit al het voorgaande blijkt dat niet alleen Groza, maar ook Aktua zich jegens [geïntimeerde 2] heeft schuldig gemaakt aan een oneerlijke handelspraktijk. De vordering is daarom (ook) ten aanzien van Aktua toewijsbaar.
grief 5 in het incidentele hoger beroepkomen [geïntimeerden] op tegen het oordeel van de rechtbank in overweging 4.76 dat van het achterhouden van essentiële informatie, dwaling, bedrog, misbruik van omstandigheden, een tekortkoming, onvoorziene omstandigheden, onrechtmatig handelen of ongerechtvaardigde verrijking geen sprake is geweest. Als kennelijk gevolg hiervan heeft de rechtbank in overweging 4.77 geoordeeld dat de gevorderde verklaringen voor recht onder I, voor zover die zien op de vóór 10 april 2017 gesloten overeenkomsten, zullen worden afgewezen. [geïntimeerden] vallen ook deze overweging aan.
grief 6 in het incidentele hoger beroepkomen [geïntimeerden] ertegen op dat de rechtbank eigen schuld van [geïntimeerde 2] in de zin van artikel 6:101 BW Pro heeft aangenomen. Het hof oordeelt als volgt.
toerekenbaarheidvan de onrechtmatige gedraging om te draaien, niet die met betrekking tot de geleden schade en het causale verband tussen de onrechtmatige gedraging en de schade. De bewijslast ten aanzien van die punten rust, krachtens de hoofdregel van artikel 150 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), op [geïntimeerden]
vastgelegde[cursivering van het hof] regels en afspraken op een bep. gebied’), hebben Groza c.s. het bestaan van mondelinge protocollen onvoldoende feitelijk toegelicht, onderbouwd en gestaafd, reden waarom het hof ervan uitgaat dat dergelijke protocollen er níet waren. Dit heeft de oneerlijke handelspraktijk bevorderd althans eenvoudiger mogelijk gemaakt dan zonder schriftelijke protocollen het geval zou zijn geweest.
grief 4 in het incidentele hoger beroepbetogen [geïntimeerden] dat de rechtbank ten onrechte Sylvestre, BMBN, [appellant 6] en [appellant 3] slechts aansprakelijk heeft geacht voor wat betreft de periode vanaf 10 april 2017. Deze grief bouwt voort op grief 3 in het incidentele hoger beroep. Aangezien het hof bij de beoordeling van laatstgenoemde grief heeft geoordeeld dat Groza en Aktua niet pas vanaf 10 april 2017, maar reeds vanaf maart 2017 een oneerlijke handelspraktijk hebben verricht, slaagt ook de onderhavige grief – bij gebreke van feiten en omstandigheden die tot een ander oordeel nopen en gelet op de behandeling van grief 2 in het principale hoger beroep – in zoverre. Het behoeft, gezien overweging 3.4.17, geen betoog dat de grief voor wat betreft de periode vóór 1 maart 2017 faalt.
€ 12.434,00(twee punten tarief VIII)