Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:1244

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 mei 2025
Publicatiedatum
14 mei 2025
Zaaknummer
23-002657-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 94 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis wegens opzettelijk handelen in strijd met Opiumwet

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland bevestigd. De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 aanhef Pro en onder A van de Opiumwet.

Tijdens het hoger beroep heeft het hof aanvullingen gedaan op de bewijsmiddelen, waaronder het toevoegen van een overdrachtsformulier en een kennisgeving van inbeslagneming. Tevens is een kennelijke verschrijving in de kwalificatie van het bewezenverklaarde hersteld.

De raadsvrouw van de verdachte voerde een strafmaatverweer aan, maar dit leidde niet tot een ander oordeel over de strafoplegging. Het hof verving een eerder gebruikt deskundigenrapport door een rapport van het Douane Laboratorium en bevestigde het vonnis met inachtneming van deze aanpassingen.

Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 14 mei 2025.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de rechtbank wegens opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002657-24
datum uitspraak: 14 mei 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar, van 14 november 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-277388-24 tegen
[verdachte],
geboren op [geboorteland] op [geboortedag] 1998,
thans gedetineerd in [detentieadres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
30 april 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
- de gronden aanvult als volgt. Het hof:
  • vervangt het door de rechtbank voor het bewijs gebezigde ‘schriftelijk bescheid, te weten een deskundigenrapport Identificatie en kwantificering van cocaïne in kledingstukken van het Nederlands Forensisch Instituut van 4 september 2024 (los in het dossier)’ door ‘een schriftelijk bescheid, te weten een rapport in de zaak contra [persoon] verdacht van overtreding van de Opiumwet, met laboratoriumnummer [nummer], opgemaakt door W. Wind, MSc, van het Douane Laboratorium van 4 september 2024 (pagina’s 053 – 055)’;
  • voegt aan de bewijsmiddelen toe: ‘een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv Pro) met mutatienummer PL27RP/24-078052, datum registratie
29 augustus 2024 (pagina’s 0146 – 0147);
 voegt aan de bewijsmiddelen toe: ‘een schriftelijk bescheid, te weten een overdrachtsformulier goederen met mutatienummer PL27RP/24-078052 van 29 augustus 2024’ (pagina’s 0154-0155);
- een kennelijke verschrijving in de kwalificatie van het bewezenverklaarde herstelt en de kwalificatie verbeterd leest als ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef Pro en onder A van de Opiumwet gegeven verbod’;
- ten aanzien van het door de raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde strafmaatverweer overweegt dat dit niet tot een ander oordeel over de strafoplegging leidt.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. E. Mijnsberge en mr. W.S. Ludwig, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 mei 2025.