In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter van 30 november 2022 bevestigd, met uitzondering van de opgelegde taakstraf die het hof heeft vernietigd en opnieuw heeft vastgesteld. De zaak betreft een verdachte die 20 MDMA-tabletten en 4,16 gram cocaïne bij zich had, wat volgens LOVS-oriëntatiepunten neerkomt op 14,16 gram harddrugs.
Het hof oordeelde dat sprake was van dealerindicatie, mede vanwege dealer-gerelateerde berichten op een telefoon van de verdachte, wat strafverzwarend werkt. De verdachte is weliswaar 'first offender' voor Opiumwetdelicten, maar eerdere veroordelingen voor andere feiten zijn niet relevant voor de strafhoogte.
Het hof wees het verweer van vormverzuim af, gelet op de omstandigheden waaronder de verdachte werd gefouilleerd en de aanwezigheid van ernstige bezwaren. De taakstraf is vastgesteld op 100 uren, waarvan 30 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht volgens de maatstaf van twee uur taakstraf per dag voorarrest.
De redelijke termijn is met 4,5 maanden overschreden, maar dit leidt niet tot strafvermindering. Het arrest is uitgesproken op 14 mei 2025 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.