ECLI:NL:GHAMS:2025:1349
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
De verdachte was in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 6 maart 2025. Tijdens de terechtzitting op 7 mei 2025 heeft de raadsman van de verdachte aangegeven dat de verdachte berust in het vonnis en verzocht het hof de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. De advocaat-generaal steunde dit verzoek.
Het hof constateerde dat er geen schriftelijke grieven zijn ingediend en ook geen mondelinge bezwaren zijn opgegeven tegen het vonnis. Daarnaast bleek er geen rechtens te respecteren belang aanwezig te zijn dat een onderzoek in hoger beroep zou rechtvaardigen.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 7 mei 2025.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.