ECLI:NL:GHAMS:2025:1507
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mishandeling met gebroken pols als gevolg
Op 26 februari 2021 raakte de echtgenote van de verdachte gewond met een gebroken pols tijdens een ruzie. De aangeefster verklaarde dat de verdachte haar had getrapt, terwijl de verdachte stelde dat het letsel het gevolg was van een val tijdens de ruzie.
Het NFI-rapport concludeerde dat de fractuur door zowel een val als een trap kon zijn veroorzaakt, zonder dat een van beide scenario's kon worden uitgesloten. Geluidsfragmenten van een gesprek tussen partijen leverden geen overtuigend bewijs op, mede doordat de verdachte mogelijke schuldbekentenissen ontkende en deze als sarcastisch aanwees.
Het hof oordeelde dat de verklaringen van verdachte en aangeefster tegenover elkaar staan en dat er geen overtuigend steunbewijs is voor het scenario van de aangeefster. Hierdoor kon het hof niet met de vereiste mate van zekerheid vaststellen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd ingetrokken. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van mishandeling.
Deze uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 juni 2025.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor mishandeling met gebroken pols als gevolg.