Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter Amsterdam inzake een jongere die niet voldeed aan de kwalificatieplicht door geregeld schoolbezoek na te laten gedurende de periode van 13 september 2023 tot en met 14 juni 2024.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte, als leerling aan een MBO College, niet aan de Leerplichtwet 1969 had voldaan. De tenlastelegging werd beperkt tot dit feit; overige beschuldigingen werden niet bewezen verklaard. De strafbaarheid van het feit en de verdachte werd bevestigd.
In hoger beroep werd een werkstraf van 40 uur geheel voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van 2 jaren, vervangbaar door 20 dagen jeugddetentie indien de verdachte zich niet houdt aan de voorwaarden. Het hof nam daarbij het positieve advies van de Raad voor de Kinderbescherming mee en de motivatie van de verdachte om zijn opleiding voort te zetten.
Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij het belang van onderwijs en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zwaar wogen in de strafoplegging.
De werkstraf wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij de verdachte binnen de proeftijd een nieuw strafbaar feit pleegt.