In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd omdat deze kennelijk op de oorspronkelijke tenlastelegging heeft geoordeeld, terwijl een wijziging was toegewezen. De verdachte werd ervan beschuldigd een lokportemonnee weggenomen te hebben met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van het Tallon-criterium, omdat de opzet van de verdachte zou zijn gecreëerd door de politie via een lokmiddel. Het hof oordeelde echter dat het Tallon-criterium niet was geschonden. De verdachte was niet tot andere handelingen gebracht dan waarop zijn opzet reeds was gericht. De inzet van het lokmiddel vond plaats in een natuurlijk straatbeeld en op basis van een officier van justitie bevel.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de lokportemonnee heeft weggenomen en sprak hem vrij van meer of anders tenlastegelegde feiten. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden met aftrek van voorarrest, conform de Amsterdamse oriëntatiepunten voor straftoemeting bij zakkenrollerij en rekening houdend met zijn persoonlijke omstandigheden.