ECLI:NL:GHAMS:2025:1812
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verdeling beperkte gemeenschap van goederen bij echtscheiding met letselschadevergoeding en leningen
De zaak betreft de verdeling van de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen tussen partijen na hun echtscheiding. De man ontving een letselschadevergoeding die het hof als privévermogen kwalificeert, omdat de vordering tot schadevergoeding ontstond vóór het huwelijk. De vrouw vorderde dat deze schadevergoeding tot de gemeenschap zou behoren, maar dit werd afgewezen.
Verder is vastgesteld dat beide partijen draagplichtig zijn voor de schulden bij de ING bank en de Stadsbank. De man heeft de ING-lening volledig afgelost en de vrouw moet hem de helft van dit bedrag vergoeden. Voor de leningen bij de Stadsbank geldt een vergelijkbare regeling, waarbij de vrouw mede verantwoordelijk is voor de aflossing en rente tot de datum van volledige aflossing.
Ten aanzien van de gouden sieraden, die aan de Stadsbank waren verpand en nu in het bezit van de man zijn, bevestigt het hof de rechtbanklijke beslissing dat deze sieraden getaxeerd moeten worden en vervolgens verdeeld volgens een vastgesteld stappenplan. De man moet de gouden ketting met munten, die privé-eigendom van de vrouw is, aan haar overhandigen onder dreiging van een dwangsom.
De wettelijke rente op de door de vrouw aan de man te betalen bedragen wordt toegewezen, maar betalingstermijnen worden vastgesteld omdat de vrouw nog niet in verzuim is. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De letselschadevergoeding behoort tot privévermogen; de vrouw moet de helft van de door de man afgeloste leningen vergoeden en de man moet de gouden ketting met munten aan de vrouw afgeven.