In deze civiele zaak heeft [naam 1] hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. De zaak betreft een oud-directeur die na verkoop van zijn bedrijf en een dienstverband bij [naam 1] in dienst trad bij een concurrent, waarna klanten overstapten. De rechtbank had het verzoek afgewezen als een 'fishing expedition'.
Het hof oordeelt dat het belang van [naam 1] bij het onderzoeken van de vermeende onrechtmatige handelingen van [appellant] voldoende concreet is. Het hof acht het verzoek tot het horen van vier getuigen, allen woonachtig in Nederland, toelaatbaar en wijst het toe. De wijziging van het verzoek in hoger beroep wordt niet als strijdig met de goede procesorde gezien.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking en veroordeelt [appellant] in de kosten van beide instanties. Het voorlopig getuigenverhoor zal zich richten op de handelingen van [appellant] in zijn contacten met (voormalige) klanten van [naam 1].