ECLI:NL:GHAMS:2025:1849
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. Koolen - Zwijnenburg
- M.F.J.M. de Werd
- M. Senden
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing ontnemingsvordering
In deze zaak heeft het openbaar ministerie in eerste aanleg gevorderd dat betrokkene verplicht wordt tot betaling van €138.011,67 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 6 december 2021 de ontnemingsvordering afgewezen en het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil vastgesteld.
Betrokkene heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof Amsterdam heeft op 10 juni 2025 het hoger beroep behandeld en overwogen dat op grond van artikel 511g Sv en artikel 404 Sv Pro tegen een beslissing tot afwijzing van een ontnemingsvordering geen hoger beroep openstaat, aangezien deze beslissing gelijkgesteld wordt aan een vrijspraak.
Daarom verklaart het hof betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep en bevestigt de afwijzing van de ontnemingsvordering door de rechtbank. De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de afwijzing van de ontnemingsvordering.