ECLI:NL:GHAMS:2025:1913
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderalimentatie na wijziging zorgregeling en hoofdverblijfplaats
Partijen zijn de ouders van twee minderjarige kinderen en zijn uit elkaar sinds 2019. De zorgregeling en hoofdverblijfplaats van de kinderen zijn in de loop der tijd gewijzigd, waarbij de kinderen sinds 1 maart 2025 bij de vader zijn ingeschreven en hij het eenhoofdig gezag heeft gekregen.
De rechtbank had de kinderalimentatie verlaagd, maar zowel moeder als vader gingen in hoger beroep tegen deze beslissing. Het hof heeft de draagkracht van beide ouders vastgesteld, rekening houdend met het netto besteedbaar inkomen, woonlasten, zorgkorting en kinderbijslag. De vader heeft een hoger inkomen dan de moeder, die een lagere verdiencapaciteit heeft maar deze naar verwachting zal benutten.
Het hof oordeelt dat de vader vanaf 1 mei 2024 € 215,- per kind per maand aan kinderalimentatie moet betalen, vanaf 1 maart 2025 een kleine verhoging geldt, en vanaf 1 januari 2026 de vader niet langer verplicht is kinderalimentatie te betalen. Tevens wordt bepaald dat de moeder de te veel ontvangen alimentatie niet hoeft terug te betalen vanwege haar beperkte financiële middelen.
De procedure is zorgvuldig gevoerd, waarbij het hof oordeelt dat de wijziging van het verzoek van de vader in hoger beroep niet in strijd is met de goede procesorde. De beschikking is tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vader moet vanaf 1 mei 2024 een aangepaste kinderalimentatie betalen en vanaf 1 januari 2026 is hij niet langer alimentatieplichtig.