Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
.
4.De omvang van het hoger beroep
7 november 2023) bepaald op € 516,- per maand. Daarnaast is bepaald dat partijen dienen over te gaan tot afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden zoals onder 2.4.9 tot en met 2.4.14 van de bestreden beschikking is overwogen.
5.De motivering van de beslissing
“As I’ve already said, the opportunity to send funds from here have more or less diminished. We seriously can not keep on sending funds across as things are not good here either. All in all up to date I’m more than € 50.000,- lighter. I’ve now sent over € 34.000,- in cash, this excluding the first amount in 2003 as well as other costs made and money lost in the process.”, heeft verklaard dat het wel kan kloppen dat hij ongeveer € 80.000,- heeft overgemaakt, acht het hof anders dan de vrouw onvoldoende om van (in ieder geval) een bedrag van € 80.000,- uit te gaan, omdat de man spreekt van “ongeveer” € 80.000,- en de tekst van de mail niet uitsluit dat de man een bedrag van in totaal € 50.000,- aan zijn broer heeft geleend, waarvan € 34.000,- in contanten.