Uitspraak
Onderzoek ter terechtzitting
27 mei 2025.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 3 februari 2022. Zowel het openbaar ministerie als de verdachte hadden hoger beroep ingesteld. Het openbaar ministerie trok echter het hoger beroep in voor de vrijgesproken feiten, waardoor het hoger beroep alleen voortduurde voor de feiten 4 en 6.
De verdachte probeerde het hoger beroep voor deze feiten in te trekken, maar het hof stelde dat dit niet meer mogelijk was omdat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds was aangevangen. Vervolgens maakte de verdediging kenbaar de bezwaren tegen het vonnis niet langer te handhaven. Ook het openbaar ministerie handhaafde de bezwaren niet meer.
Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van een rechtens te respecteren belang, verklaarde het hof zowel de verdachte als het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet verder inhoudelijk wordt behandeld.
Uitkomst: Verdachte en openbaar ministerie worden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.