ECLI:NL:GHAMS:2025:1979
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake zorgregeling, kinderalimentatie en vermogensrechtelijke afwikkeling na echtscheiding
In deze zaak gaat het om een hoger beroep dat is ingesteld door de vrouw tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 8 maart 2024, waarin een zorgregeling, kinderalimentatie en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap zijn vastgesteld. De vrouw is van mening dat de zorgregeling niet in het belang van de kinderen is en verzoekt om aanpassing van de regeling, zodat de kinderen zelf kunnen bepalen wanneer zij bij de man verblijven. De man verzoekt op zijn beurt om een lagere kinderalimentatie en heeft ook verzoeken gedaan met betrekking tot de vermogensrechtelijke afwikkeling. Het hof heeft de zaak behandeld en op 29 juli 2025 uitspraak gedaan. Het hof heeft de bestreden beschikking gedeeltelijk vernietigd en bepaald dat de man aan de vrouw kinderalimentatie moet betalen, en dat de zorgregeling voor [kind 3] wordt vastgesteld op iedere vrijdag van 17.00 uur tot 21.00 uur. Daarnaast is er een beslissing genomen over de vermogensrechtelijke afwikkeling, waarbij de man is veroordeeld om een cheque van € 10.000,- aan de vrouw te geven en de vrouw om € 162,71 aan de man te betalen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.