ECLI:NL:GHAMS:2025:1979
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep zorgregeling, kinderalimentatie en vermogensrechtelijke afwikkeling na echtscheiding
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake de zorgregeling, kinderalimentatie en vermogensrechtelijke afwikkeling na de echtscheiding van partijen. De rechtbank had een zorgregeling vastgesteld waarbij de minderjarige kinderen [kind 2] en [kind 3] om de week omgang hadden met de vader, en een kinderalimentatie van €175 per maand. Partijen waren het niet eens met deze regeling en stelden verschillende verzoeken in hoger beroep.
In hoger beroep heeft het hof overwogen dat de zorgregeling voor [kind 2] niet wordt vastgesteld, omdat hij op 16-jarige leeftijd zelf kan bepalen wanneer hij contact met de vader wil, terwijl voor [kind 3] een vaste omgang op vrijdagavond van 17.00 tot 21.00 uur wordt vastgesteld. De kinderalimentatie wordt vastgesteld in vier perioden met oplopende bedragen, variërend van €224 tot €288 per maand totaal, verdeeld over de drie kinderen.
Ten aanzien van de vermogensrechtelijke afwikkeling vernietigt het hof het eerdere oordeel over de Marokkaanse bankrekening en de waterschapsbelasting. De man wordt veroordeeld een cheque van €10.000 aan de vrouw af te geven, en de vrouw moet €162,71 aan de man betalen ter verrekening van schulden. De overige verzoeken worden afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof wijzigt de zorgregeling, stelt kinderalimentatie vast in vier periodes en wijzigt de vermogensrechtelijke afwikkeling met een cheque van €10.000 en verrekening van schulden.