ECLI:NL:GHAMS:2025:1983
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en verhaalsbijdrage bij bijstandsverhaal
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin een verhaalsbijdrage aan de gemeente was vastgesteld ter zake van kinderalimentatie, mede in verband met bijstandsverlening aan de moeder van zijn kinderen. De procedure betrof de vaststelling van de hoogte van de bijdrage en de draagkracht van de man.
Het hof heeft de behoefte van de kinderen vastgesteld op basis van het netto besteedbaar inkomen van beide ouders, waarbij het gemiddelde van de behoefte berekend op het inkomen van de man en de vrouw is genomen. De man heeft aangevoerd dat zijn draagkracht lager is vanwege inhoudingen op zijn loon, dubbele woonlasten en schulden, waaronder een schuld bij zijn voormalige werkgever wegens overschrijding van leaseautokilometers en een belastingaanslag.
Het hof heeft geoordeeld dat de tegemoetkoming huisvesting als inkomen moet worden aangemerkt en dat de woonlasten grotendeels door de werkgever worden voldaan. De schuld wegens leaseautokilometers is verwijtbaar en wordt niet meegenomen. De belastingaanslag wordt als vermijdbaar beschouwd, maar het hof houdt rekening met kosten voor rechtsbijstand voor een periode van twee jaar.
De draagkracht van de man is per periode berekend met toepassing van de geldende formule, rekening houdend met aflossingen op schulden en extra lasten. Het hof stelt de verhaalsbijdrage vast op € 636,- per maand van 1 april 2024 tot 1 juli 2024, € 329,- per maand van 1 juli 2024 tot 1 januari 2025, en € 379,- per maand vanaf 1 januari 2025. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en de procedurekosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof stelt de verhaalsbijdrage vast op verschillende bedragen per periode en vernietigt de beschikking van de rechtbank.