ECLI:NL:GHAMS:2025:2091
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vernietigt ondertoezichtstelling minderjarige wegens verbeterde situatie
De zaak betreft de ondertoezichtstelling van een 10-jarige minderjarige op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. De rechtbank Noord-Holland stelde de minderjarige onder toezicht van een gecertificeerde instelling voor de duur van een jaar, tot november 2025. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing en verzocht om afwijzing van het verzoek tot ondertoezichtstelling.
Tijdens de procedure bracht het hof in kaart dat de ouders van de minderjarige in een langdurige en conflictueuze relatie waren, waarbij het belang van het kind werd geschaad. De moeder was met de kinderen naar Aruba geëmigreerd uit veiligheidsoverwegingen, wat het contact tussen vader en kind ernstig verstoorde. De situatie was destijds instabiel en er waren zorgen over het welzijn van het kind.
Het hof constateerde dat de situatie inmiddels aanzienlijk was verbeterd: de minderjarige ontwikkelt zich goed, volgt hulpverlening gericht op het contact met de vader, en de thuissituatie is stabieler geworden. Gezien deze positieve ontwikkelingen oordeelde het hof dat niet langer voldaan is aan de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling en vernietigde het de beschikking voor de resterende periode. Het eerdere besluit tot ondertoezichtstelling blijft voor het verleden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de ondertoezichtstelling voor de resterende periode en wijst het verzoek van de raad af, terwijl het eerdere besluit wordt bekrachtigd.