ERG Development B.V. stelde dat de makelaar [geïntimeerde] B.V. tekort was geschoten in haar bemiddelingswerkzaamheden bij de verkoop van een ontwikkelobject, omdat zij geen regeling trof voor de doorbelasting van legeskosten verbonden aan de omgevingsvergunning. ERG vorderde schadevergoeding en stelde dat de makelaar wanprestatie had gepleegd. De makelaar vorderde betaling van haar courtage.
De rechtbank wees de vordering van de makelaar toe en wees de tegenvordering van ERG af. In hoger beroep voerde ERG zes grieven aan tegen het oordeel dat de makelaar mocht uitgaan van een in de vraagprijs begrepen legeskostenpost en dat de koopprijs na overeenstemming niet meer kon worden verhoogd. Het hof overwoog dat de koopovereenkomst op 4 juni 2021 tot stand kwam, waarbij de vraagprijs en levering waren vastgesteld en de omgevingsvergunning reeds verleend was.
Het hof stelde vast dat ERG als professionele partij wist dat leges verschuldigd waren en dat de vraagprijs door ERG was vastgesteld zonder overleg met de makelaar. De makelaar had geen bijzondere zorgplicht om ERG te waarschuwen voor de legeskosten. Ook ontbrak bewijs dat tijdens de besprekingen op 4 juni 2021 de legeskosten aan de orde waren gesteld. Pogingen van de makelaar om kopers alsnog te bewegen de legeskosten te betalen, konden niet als wanprestatie worden aangemerkt.
Het hof concludeerde dat de makelaar niet toerekenbaar tekortgeschoten was en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. ERG werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.