Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
15 oktober 1986 tot 1 november 2020. Tijdens dit dienstverband is voor [geïntimeerde] geen pensioenverzekering gesloten.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en zijn voormalige werkgever over de niet-toelating tot een pensioenregeling gedurende het dienstverband van 1986 tot 2020. De werknemer vorderde schadevergoeding wegens misgelopen pensioeninkomsten.
Na een toewijzend vonnis van de kantonrechter kwam partijen in hoger beroep tot een minnelijke regeling waarbij een deskundige de schade zou berekenen binnen een overeengekomen bandbreedte. Deze berekende de schade op €60.000 netto, hetgeen door de werkgever werd geaccepteerd.
Ondanks overeenstemming over het bedrag ontstond onenigheid over de uitvoering, waardoor het hof werd verzocht de zaak te heropenen. Het hof oordeelde dat partijen gebonden zijn aan hun vaststellingsovereenkomst en veroordeelde de werkgever tot betaling van de netto schadevergoeding van €60.000.
Proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van €60.000 netto schadevergoeding wegens niet-toelating tot pensioenregeling.