Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
7.Het verloop van de procedure
8.Beoordeling
€ 8.856(2 punten x € 4.428)
€ 7.473,-(3 punten x € 2.491)
€ 13.284,-(3 punten x € 4.428)
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure stonden twee zaken centraal: de eerste tegen Windlife Energy B.V. en de tweede tegen haar bestuurder. Het hof bekrachtigde het eerdere vonnis tegen Windlife Energy, waarbij zij werd veroordeeld tot betaling aan RWJ Wind Projects B.V. Daarnaast werd de bestuurder persoonlijk aansprakelijk gesteld voor het niet nakomen van een terugbetalingsverplichting van €250.000.
De bestuurder had tegenbewijs mogen leveren tegen de stelling dat hij de niet-nakoming had bewerkstelligd, maar slaagde hier niet in. Zijn eigen verklaring bevatte geen concrete feiten die het vermoeden konden weerleggen. Het hof oordeelde dat de bestuurder onrechtmatig had gehandeld door ervoor te zorgen dat Windlife Energy niet betaalde terwijl zij daartoe in staat was.
De bestuurder werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de schade van €250.000, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2019. Tevens werd hij veroordeeld in de proces- en beslagkosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiermee bevestigde het hof de bestuursaansprakelijkheid voor het onrechtmatig handelen van de bestuurder.
Uitkomst: De bestuurder is hoofdelijk aansprakelijk gesteld tot betaling van €250.000 met wettelijke rente en proceskosten wegens het bewerkstelligen van niet-nakoming door Windlife Energy.