Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:2461

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 september 2025
Publicatiedatum
19 september 2025
Zaaknummer
000924-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 529 SvArt. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 SvArt. 537 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om vergoeding kosten en schade bij eigen verdediging afgewezen behalve reiskosten

Verzoekster heeft bij het gerechtshof Amsterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van kosten en schade die zij heeft geleden door het voeren van haar eigen strafverweer. Het verzoek betrof onder meer reiskosten, parkeerkosten, immateriële schade, loonderving en een standaardvergoeding voor het indienen van het verzoek.

Het hof heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de wettelijke criteria uit het Wetboek van Strafvordering. Hoewel het verzoek tijdig is ingediend en verzoekster daadwerkelijk tijd heeft besteed aan de behandeling van de strafzaak, heeft zij onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij daadwerkelijk schade heeft geleden door tijdverzuim of immateriële schade. Verzoekster heeft geweigerd haar stellingen met stukken te onderbouwen vanwege vertrouwelijkheid van bedrijfsinformatie.

Daarentegen heeft het hof wel gronden van billijkheid gezien voor vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte reiskosten en parkeerkosten, die zij met stukken heeft onderbouwd. De standaardvergoeding voor de kosten van een raadsman wordt afgewezen omdat verzoekster zichzelf heeft verdedigd en geen advocaat heeft ingeschakeld.

Het hof kent daarom een vergoeding toe van €388,34 en wijst het overige verzoek af. De beschikking is op 26 mei 2025 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam gegeven.

Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €388,34 toe voor reiskosten en parkeerkosten en wijst het overige verzoek af.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000924-24 (530 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-001905-22
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoekster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,
adres: [adres]

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 12 december 2024 ingekomen.
Op 20 december 2024 is een aanvulling op het verzoekschrift ingekomen.
Op 2 januari 2025 heeft het hof verzoekster om een toelichting gevraagd.
Op 3 januari 2025 heeft verzoekster per email een toelichting gegeven.
Op 7 februari 2025 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 23 april 2025 de advocaat-generaal en verzoekster ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
Het bijwonen van de zitting inclusief reistijd (53,5 uur à € 75,00) € 4.012,50;
Het analyseren van de dossiers (22 uur à € 75,00) € 1.650,00;
Het schrijven van verweren en doorlezen van pleidooien van advocaten (35 uur à € 75,00)
€ 2.625,00;
Reiskosten voor het bijwonen van de zittingen (à 21 cent per kilometer) € 277,44;
Parkeerkosten voor het bijwonen van de zittingen €110,90;
Immateriële schade ter hoogte van € 1.500,00;
Standaard vergoeding indienen en toelichten verzoekschrift van € 680,00.

3.Beoordeling van het verzoek

In het Wetboek van Strafvordering is in artikel 529 Sv Pro en verder een betrekkelijk eenvoudige procedure opengesteld voor de vergoeding van kosten en schade als gevolg van strafrechtelijke opsporing en/of vervolging. Niet alle kosten en schade kunnen op grond van deze procedure voor vergoeding in aanmerking komen.
Op grond van artikel 530 Sv Pro -hier van belang- kan een vergoeding worden verkregen voor
ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en of verblijfkosten;
schade ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk geleden;
de kosten van een raadsman.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Ontvankelijkheid
Bij arrest van dit hof van 26 november 2024 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is binnen drie maanden na beëindiging van de zaak en derhalve tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ontbreken wettelijke grondslag
Onder b en c heeft verzoekster gevraagd om vergoeding van schade door tijdverzuim vanwege de tijd nodig voor de voorbereiding van de strafzaak. Onder f wordt verzocht om vergoeding van immateriële schade, doch niet als gevolg van vrijheidsbeneming als bedoeld in artikel 533 en Pro/of artikel 537 Sv Pro.
Artikel 530 Sv Pro noch een ander strafvorderlijk artikel geeft grondslag voor vergoeding van deze schade. Dat verzoekster zelf haar verdediging heeft gevoerd, maakt dit naar het oordeel van het hof niet anders.
Nu geen grondslag bestaat voor vergoeding van de schade als verzocht onder b, c en f zal het hof het verzoek in zoverre afwijzen.
Gronden van billijkheid
Onder a heeft verzoekster gevraagd om vergoeding van schade door tijdverzuim vanwege de behandeling ter terechtzitting als hiervoor bedoeld onder ii. Hieronder wordt mede begrepen loonderving. Bij de beoordeling van het onderhavige verzoek is van belang dat kan worden vastgesteld dat het om werkelijk geleden schade gaat. Vervolgens moet deze schade aannemelijk worden gemaakt en met min of meer verifieerbare stukken worden gestaafd.
Niet ter discussie staat dat verzoekster tijd heeft besteed aan de behandeling van de zaak ter terechtzitting. Evenwel blijkt uit het verzoekschrift niet dat verzoekster werkelijk schade heeft geleden. Per email van 2 januari 2025 alsmede ter terechtzitting is verzoekster om een toelichting op dit punt gevraagd. Verzoekster heeft gesteld dat zij werkzaamheden heeft moeten uitstellen en zij door verminderde marketingactiviteiten minder omzet heeft gemaakt. Verzoekster heeft aangegeven dit niet met stukken te willen onderbouwen omdat het volgens verzoekster gevoelige bedrijfsinformatie betreft.
Gelet op deze stand van zaken – nu verzoekster heeft gekozen voor terughoudendheid - kan de vordering niet volledig worden beoordeeld en acht het hof geen gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van de verzochte vergoeding onder a.
Onder d en e is verzocht om vergoeding van reis- en verblijfkosten als hiervoor bedoeld onder i. Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding van reis- en verblijfskosten als verzocht onder d en e tot een bedrag van € 388,34.
Onder g is verzocht om een standaardvergoeding van € 680,00 voor een verzoekschriftprocedure als de onderhavige. Deze standaardvergoeding in een verzoekschriftprocedure betreft een forfaitaire vergoeding voor de kosten van een raadsman. Nu geen rechtsbijstand is verleend door een raadsman en derhalve geen kosten in verband daarmee zijn gemaakt, zal het hof het verzoek onder f afwijzen,

4.Beslissing

Het hof :
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan verzoeker een vergoeding toe van € 388,34 (driehonderdachtentachtig euro en vierendertig cent).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, J.L. Bruinsma en A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is vervroegd uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 26 mei 2025.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 388,34 (driehonderdachtentachtig euro en vierendertig cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [verzoekster] o.v.v. kosten en/of schadevergoeding.
Amsterdam, 26 mei 2025,
mr. A.M.P. Geelhoed, voorzitter.