ECLI:NL:GHAMS:2025:2534
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- A.M.P. Geelhoed
- A.W.T. Klappe
- J.B. Duinkerken
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding voor kosten rechtsbijstand na niet-opleggen straf
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek om vergoeding van kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak die zonder strafoplegging werd gesloten. Het hof heeft het verzoek tijdig ontvangen en de stukken bestudeerd, waarna een openbare behandeling plaatsvond.
De strafzaak eindigde zonder oplegging van straf of maatregel, en de rechtbank wees het verzoek om vergoeding af. De advocaat-generaal adviseerde eveneens afwijzing. Appellant stelde dat de onschuldpresumptie vereist dat de motivering van de vergoeding niet mag impliceren dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.
Het hof constateerde dat ondanks belastende feiten uit het dossier, de verklaring van appellant niet hoeft te betekenen dat hij een strafrechtelijke norm heeft overtreden. Het hof oordeelde dat het verwerpen van het verzoek zonder nader onderzoek een schending van de onschuldpresumptie zou zijn. Daarom zijn gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van vergoeding van kosten rechtsbijstand in de strafzaak en de verzoekschriftprocedures.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking en wees een vergoeding toe van in totaal € 3.161,70. Deze beschikking werd openbaar uitgesproken en ondertekend door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van € 3.161,70 toe voor kosten rechtsbijstand wegens gronden van billijkheid.