Uitspraak
1.Procesverloop
2.Inhoud van het verzoek
3.Beoordeling
Uit het dossier en wat op de zitting is besproken blijkt het volgende. Op grond van de
Gerechtshof Amsterdam
Appellant werd verdacht van witwassen en werd vanaf het begin van het onderzoek bijgestaan door een advocaat. Na overleg en het verstrekken van aanvullende stukken wilde het Openbaar Ministerie aanvankelijk de vervolging voortzetten, maar uiteindelijk werd de zaak geseponeerd onder de voorwaarde dat appellant afstand deed van de in beslag genomen auto.
De rechtbank kende een gedeeltelijke vergoeding toe voor de kosten van rechtsbijstand vanaf het moment dat partijen onderhandelden over een afdoening die een terechtzitting zou voorkomen. De advocaat-generaal adviseerde het hoger beroep af te wijzen.
Het hof oordeelt dat gelet op de omstandigheden en het feit dat appellant nooit afstand heeft gedaan van zijn recht op vergoeding, er gronden van billijkheid zijn om de volledige gevraagde vergoeding toe te kennen. Het hof vernietigt de eerdere beschikking en kent een totaalbedrag van € 6.229,05 toe voor de kosten van rechtsbijstand in de strafzaak en de verzoekschriftprocedures.
De beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 23 september 2025.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van € 6.229,05 toe voor de kosten van rechtsbijstand na sepot van de witwaszaak.