De kinderrechter van de rechtbank Amsterdam heeft op 8 januari 2025 een aansluitende machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor de minderjarige, waarbij tevens is overwogen dat geen perspectiefonderzoek naar de moeder hoeft plaats te vinden. De moeder is het hiermee oneens en komt in hoger beroep, uitsluitend tegen het perspectiefbesluit.
Tijdens de zitting op 10 juli 2025 waren partijen en betrokkenen aanwezig. De moeder verzoekt vernietiging van het besluit geen perspectiefonderzoek te doen en dat dit alsnog op korte termijn wordt uitgevoerd. De vader verzoekt haar niet-ontvankelijk te verklaren. De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming steunen het standpunt dat ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk zijn en dat terugkeer naar de moeder geen reëel perspectief biedt.
Het hof overweegt dat het hoger beroep van de moeder zich uitsluitend richt op het perspectiefbesluit, terwijl zij geen grieven heeft tegen de machtiging tot uithuisplaatsing zelf. Gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad is een zelfstandig hoger beroep tegen een perspectiefbesluit niet mogelijk. Het hof kan het perspectiefbesluit alleen beoordelen in samenhang met andere besluiten waartegen hoger beroep mogelijk is. Nu de moeder het eens is met de uithuisplaatsing, kan het hof het perspectiefbesluit niet inhoudelijk toetsen en verklaart zij haar niet-ontvankelijk in het hoger beroep.