Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:263

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 januari 2025
Publicatiedatum
31 januari 2025
Zaaknummer
23-001752-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep strafzaak

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 juni 2022. Tijdens de terechtzitting op 17 januari 2025 werd vastgesteld dat verdachte het hoger beroep niet wenste te handhaven, zoals blijkt uit een e-mail van zijn raadsvrouw van 8 januari 2025.

Hierdoor wordt aangenomen dat verdachte de eerder opgegeven bezwaren tegen het vonnis heeft ingetrokken. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij voortzetting van het hoger beroep, mede gelet op artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Op basis hiervan heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 17 januari 2025.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet handhaven van het hoger beroep en het ontbreken van een rechtens te respecteren belang.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-001752-22
Datum uitspraak: 17 januari 2025
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 juni 2022 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-139459-22 en 13-126887-22 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1978,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 januari 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Blijkens de e-mail van 8 januari 2025 van de raadsvrouw van verdachte wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. J.W.H.G. Loyson en mr. H. Sytema, in tegenwoordigheid van
mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
17 januari 2025.