ECLI:NL:GHAMS:2025:2677
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- L. Daum
- A.M. Koolen - Zwijnenburg
- B.E. Dijkers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis rechtbank Noord-Holland in strafzaak na hoger beroep
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld dat was ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 5 december 2024. De verdachte, geboren in 1963 en thans gedetineerd, heeft via zijn raadsvrouw verweer gevoerd tegen het vonnis. Tijdens de terechtzitting op 23 september 2025 heeft het hof alle standpunten en de vordering van de advocaat-generaal zorgvuldig overwogen.
De advocaat-generaal heeft verzocht het vonnis van de rechtbank te bevestigen. Het hof heeft geen nieuwe omstandigheden of argumenten kunnen vinden die aanleiding geven om af te wijken van het eerdere vonnis. Ook de aangevoerde bezwaren tegen de strafmaat hebben het hof niet tot andere overwegingen gebracht.
Daarom heeft het hof het vonnis van de rechtbank Noord-Holland bevestigd. Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 7 oktober 2025. De voorzitter en de oudste raadsheer konden het arrest niet medeondertekenen wegens verhindering.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de rechtbank zonder wijziging.