Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van medeplichtigheid aan oplichting en witwassen. Verdachte werd ervan verdacht haar bank- en identiteitsgegevens te hebben verstrekt aan een bekende, die deze gebruikte voor oplichting via valse voorwendselen.
De tenlastelegging betrof het bewust behulpzaam zijn bij het verkrijgen van geldbedragen van slachtoffers door misleiding en het verstrekken van gegevens aan medeverdachten. Het hof stelde vast dat verdachte haar gegevens had gedeeld, maar er onvoldoende bewijs was dat zij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat deze zouden worden gebruikt voor strafbare feiten.
De advocaat-generaal had gepleit voor bewezenverklaring, stellende dat verdachte bewust was van de fraude, maar het hof oordeelde dat het enkele feit dat verdachte het vreemd vond dat er om gegevens werd gevraagd, niet voldoende is voor bewijs van dubbel opzet.
Gezien persoonlijke omstandigheden en het dossier concludeerde het hof dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte medeplichtig was, waarna zij werd vrijgesproken.