ECLI:NL:GHAMS:2025:2877
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf afgewezen
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 24 mei 2024. De verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats en gedetineerd op een detentieadres, was veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden die het openbaar ministerie wilde laten tenuitvoeren.
Het hof heeft zich verenigd met het oorspronkelijke vonnis, behalve ten aanzien van de beslissing over de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf. Deze beslissing is vernietigd en het hof heeft artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht toegevoegd aan de toepasselijke wettelijke voorschriften.
De vordering tot tenuitvoerlegging is afgewezen omdat de verdachte inmiddels een ISD-maatregel opgelegd heeft gekregen in een andere zaak, waartegen hij ook hoger beroep heeft ingesteld. Het hof acht het passend om de tenuitvoerlegging in die zaak te beoordelen, zodat een integrale afweging kan plaatsvinden.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 28 augustus 2025. De tenuitvoerleggingsvordering van het openbaar ministerie is afgewezen, het overige vonnis bevestigd.
Uitkomst: De vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf is afgewezen en het overige vonnis bevestigd.