ECLI:NL:GHAMS:2025:2902

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
23-001264-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte openlijke geweldpleging in hoger beroep

In hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en tot een andere beslissing gekomen. De verdachte werd ten laste gelegd openlijke geweldpleging te hebben gepleegd op of omstreeks 1 april 2024 te Beverwijk, waarbij hij onder meer zou hebben geslagen, gestompt en geduwd.

Tijdens de zitting in hoger beroep heeft het hof het dossier en de verklaringen van de verdachte en zijn raadsvrouw beoordeeld. Het hof kon niet met de vereiste mate van zekerheid vaststellen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Daarom werd de verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging.

De benadeelde partij had een vordering tot schadevergoeding ingediend van € 2.988,92, waarvan in eerste aanleg € 500,00 werd toegewezen. In hoger beroep werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in deze vordering omdat de verdachte werd vrijgesproken en de schade niet kon worden toegerekend.

Het hof bepaalde dat partijen ieder hun eigen kosten dragen. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 30 oktober 2025.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van openlijke geweldpleging wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001264-25
datum uitspraak: 30 oktober 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland van 22 mei 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-312957-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2009,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 oktober 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 1 april 2024 te Beverwijk, in elk geval in Nederland, openlijk op of aan de openbare weg (en), te weten de Parallelweg en/of de Viaductweg en/of de Havenstraat en/of de Wijkermeerweg, in elk geval op of aan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde partij] , door die [benadeelde partij] ;
- te achtervolgen en/of;
- in te sluiten om te voorkomen dat hij weg kon komen en/of;
- een of meerdere malen in het gezicht, althans tegen het hoofd te stompen en/of te slaan en/of;
- een of meerdere malen tegen het hoofd en/of het lichaam te trappen en/of;
- een of meerdere malen op de weg te duwen en/of te gooien en/of voor een (rijdende) auto te duwen en/of te gooien.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de kinderrechter.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf en maatregel als door de kinderrechter in eerste aanleg opgelegd.
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit.
Het hof kan, gelet op de inhoud van het dossier en gelet op wat tijdens de zitting in hoger beroep door de verdachte is verklaard, in onderling verband en samenhang bezien, niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid vaststellen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Naar het oordeel van het hof is om deze reden niet wettig en overtuigend bewezen wat de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.988,92. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 500,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.R.A. Meerbeek, mr. C.J. van der Wilt en mr. A.H. Tiemens, in tegenwoordigheid van mr. S.S.I. Jackson, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 oktober 2025.