ECLI:NL:GHAMS:2025:2999
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking bezwaren
In deze strafzaak was verdachte in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de politierechter van 13 maart 2025. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 23 oktober 2025 heeft verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, aangegeven het hoger beroep niet langer te willen handhaven. Hierdoor worden de eerder ingediende bezwaren tegen het vonnis geacht te zijn ingetrokken.
Het gerechtshof heeft vervolgens overwogen dat er geen rechtens te respecteren belang meer bestaat bij voortzetting van het hoger beroep. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 oktober 2025. Een van de rechters was niet in staat het arrest mede te ondertekenen. De uitspraak betekent dat het vonnis van de politierechter ongewijzigd blijft en het hoger beroep feitelijk is beëindigd.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van de bezwaren.