Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 4 november 2025
[verzoekster] , rechtspersoon naar buitenlands recht,
[belanghebbende] ,
1.Procesverloop
Final Awardvan 23 september 2021 in het geding te brengen.
Final Awardovergelegd. [verzoekster] heeft een afschrift van deze brief bij exploot van gelijke datum aan [belanghebbende] laten betekenen.
2.Achtergrond van het onderzoek
Shareholders Agreement) tussen partijen van 24 februari 2012. Artikel 11 van Pro die overeenkomst bevat een arbitrageclausule. Het vonnis is overeenkomstig het in die clausule bepaalde gewezen in het Verenigd Koninkrijk, met Londen als plaats van arbitrage en met toepassing van Engels recht en de bij aanvang van de arbitrage toepasselijke
Arbitration Rules 2017van de
International Chamber of Commerce (ICC).
3.Beoordeling
Shareholders Agreement, waarin de arbitrageovereenkomst is vervat. Dit afschrift betreft, anders dan het Verdrag van New York voorschrijft, niet het origineel en evenmin een behoorlijk gewaarmerkt afschrift daarvan. [verzoekster] heeft toegelicht dat zij het origineel of een gewaarmerkte kopie niet meer voorhanden heeft. Het hof komt op grond van hetgeen [verzoekster] heeft aangevoerd tot het oordeel dat ook aan artikel IV, eerste lid, aanhef en onder (b) van het Verdrag van New York is voldaan ondanks het feit dat het origineel of een behoorlijk gewaarmerkt afschrift van de arbitrageovereenkomst niet is overgelegd. Daartoe is het volgende redengevend.
Request for Arbitrationvan 18 december 2019, de gecertificeerde
Terms of Referencewaarin de arbitrageclausule van artikel 11 van Pro de
Shareholders Agreementis opgenomen en de
Final Awardwaarin dezelfde clausule wordt geciteerd. Bovendien heeft [belanghebbende] het bestaan, de inhoud en de geldigheid van de
Final Awardnooit betwist. Sterker nog, zij heeft een beroep gedaan op deze arbitrageovereenkomst en zij heeft de op die overeenkomst gebaseerde arbitrageprocedure zelf aanhangig gemaakt bij ICC. Gelet hierop bestaat er voldoende grond om niet aan het bestaan of de inhoud van de arbitrageovereenkomst te twijfelen, zodat ondanks het ontbreken van een gelegaliseerd origineel of behoorlijk gewaarmerkt afschrift van de arbitrageovereenkomst het bestaan van die overeenkomst wordt aangenomen en op het verzoek van [verzoekster] kan worden beslist.