ECLI:NL:GHAMS:2025:3034
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis ondanks aanzienlijke overschrijding redelijke termijn in strafzaak
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld, waarna hoger beroep werd ingesteld. De verdediging stelde een ontvankelijkheidsverweer in vanwege een exorbitante overschrijding van de redelijke termijn van meer dan zeven jaar.
Het hof heeft vastgesteld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro inderdaad zeer aanzienlijk is overschreden. Desondanks oordeelt het hof dat deze overschrijding niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Het hof vindt dat de door de rechtbank gekozen afdoeningsmodaliteit de overschrijding voldoende compenseert.
De advocaat-generaal vorderde dat de verdachte schuldig wordt verklaard zonder oplegging van straf of maatregel. Het hof sluit zich aan bij het vonnis van de politierechter en bevestigt dit, met een aanvullende ontvankelijkheidsoverweging. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 november 2025.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de politierechter en verwierp het ontvankelijkheidsverweer ondanks de aanzienlijke termijnoverschrijding.